Boek
Nederlands

Lagerwal : gedichten

Luuk Gruwez (auteur)
+1
Lagerwal : gedichten
×
Lagerwal : gedichten Lagerwal : gedichten

Lagerwal : gedichten

Luuk Gruwez is een schrijver die van alle markten thuis is. Verhalend proza, autobiografisch werk (waaronder Het land van de wangen), toneelteksten, columns, essays - al die genres zijn verenigd in zijn langzamerhand omvangrijke en gevarieerde oeuvre. Maar vóór alles is Gruwez dichter. Lagerwal is zijn tiende bundel en zijn zesde bij De Arbeiderspers. Dat Gruwez in de eerste plaats dichter is, be
Titel
Lagerwal : gedichten
Auteur
Luuk Gruwez
Taal
Nederlands
Uitgever
Amsterdam: De Arbeiderspers, 2008
51 p. : ill.
ISBN
9789029566377

Besprekingen

Zinnelijke, muzikale gedichten van Luuk Gruwez bezweren de vergankelijkheid

Op de flap van Luuk Gruwez' nieuwe bundel Lagerwal staat een foto van misschien wel de ontroerendste archeologische vondst die men ooit deed: in Mantua legde men twee skeletten bloot van in elkaar verstrengelde geliefden. Natuurlijk gaat Gruwez' poëzie over liefde en dood. Maar er staat wel meer op het spel.

Martinus Nijhoff schreef poëzie die gekenmerkt wordt door fundamentele disharmonie met de werkelijkheid. In veel gedichten beschrijft hij hoe hij aan de beangstigende realiteit probeert te ontkomen door een maskerade, die een strategie vormt om de werkelijkheid zoals zij is niet te hoeven zien. En toch voel je in het gedicht 'De wandelaar' onderhuids al Nijhoffs vraag of de afzijdige houding van de dichter wel de juiste is: 'De wereld heeft haar weelde en haar misère.// Toeschouwer ben ik uit een hoogen toren,/ Een ruimte scheidt mij van de wereld af.' Ook Luuk Gruwez verlangt er in zijn nieuwe bundel Lagerwal naar om niet langer aan de zijkant toe te kijken, maar iets tastbaars te doen, vooral als het om de liefde gaat: 'Ik wil nu eindelijk iets liederlijks, geen lied,/ en knijpen in de billen en de borsten en de kuiten/ van wie ik tot dusver alleen met inkt heb aangeraakt.'

Luuk Gruwez maakt van zijn leven de inzet van zijn dichterschap. En omgekeerd: zonder de poëzie lijkt…Lees verder

Een weerbare melancholicus

Het besef van vergankelijkheid spreekt meer dan ooit uit de poëzie van Luuk Gruwez. Hij gaat de dood te lijf met bedrieglijk vitale, toegankelijke taalmuziek.

Luuk Gruwez' gedichten staan met beide benen in het leven, al is de vergankelijkheid weer sterk aanwezig in Lagerwal . Voordien voerde hij de dood graag als personage op, om hem met taal te kunnen verschalken. Als een soort romanticus van het abattoir daalde hij af in het menselijke vlees. Gruwez prijst graag het gebrek en de lelijkheid, omdat ze de mens met zijn ware aard confronteren. Vanaf de bundel Vuile manieren (1994) nam hij een steeds nederiger houding aan tegenover de vergankelijkheid. De laconieke vaststelling van dit tijdelijke bestaan kent in Lagerwal een hoogtepunt. Uit bittere noodzaak, want Gruwez verloor dierbaren, zoals zijn zus: 'En met gemene genen togen wij op zoek naar de oorsprong,// het dodo, het douwderideine van de dood.'
Ook voor degenen bij wie niemand stilstaat, heeft hij mededogen. Neem het mooie lamento voor Juul: 'Het is de vraag hoezeer hij niet meer is,/ want niemand die hem mist./ Al is dit altijd zo geweest, het blijft baldadig triest/ in…Lees verder

Alle moeders in twintig regels

Luuk Gruwez toont in de nieuwe bundel Lagerwal nog eens waarom hij (misschien) de grootste dichter van Vlaanderen is.

'(...) Zij zijn van overdosissen voorzichtigheid vervuld, / van levenslang et cetera, stupide stuwingen in buik en boezem. / Fluorescente details, eeuwenoud van eenvoud: spermavlekken die zij / stil, met dromerige ogen uit de lakens van hun zonen wassen.' En verder: 'Zij geven kleuters sjaal en wollen wanten mee. Bananen. / Iets dappers tegen tranen. En van hun eigen moeders die hun meer / en meer ontglippen, worden zij de laatste moeders. Tot zij / de handen wantrouwen die hen niet langer vasthouden kunnen.' Na lezing van het eerste gedicht, Moeders , weten wij het weer met stellige zekerheid: Luuk Gruwez is een van de beste, misschien wel de allerbeste Vlaamse dichter.

Je hebt dichters die goed kunnen kijken en precies noteren wat ze zien, en daar houdt het mee op. Luuk Gruwez degradeert die collega's tot broekjes. Hij registreert, noteert, analyseert, interpreteert, intrigeert, emotioneert, ironiseert... Gruwez schildert met woorden beelden die eigenlijk …Lees verder

In 1973 debuteerde Luuk Gruwez met Stofzuigergedichten, 35 jaar later ligt zijn tiende bundel in de rekken: Lagerwal. Wie dat oeuvre overziet, kan maar tot één conclusie komen: Gruwez wordt steeds meer Gruwez. Met elke bundel bouwt hij zijn project verder uit en met elke bundel verfijnt hij zijn techniek. Lagerwal is dan ook een erg herkenbare Gruwez, al zou de scepticus kunnen stellen: het is gewoon meer van hetzelfde.

In deze nieuwe bundel brengt Gruwez opnieuw de thema's samen die hem obsederen: liefde, dood en poëzie. Het begint al bij de foto op de flap, twee skeletten die als geliefden naar elkaar toegewend liggen ? een uitbeelding van hoe luguber liefde voor Gruwez is en een reminiscentie aan een uitspraak van de dichter dat hij in elk mooi meisje ook altijd al een skelet ontwaart. Gruwez heeft een sterk eindigheidsbesef en snapt dat er in het licht van de dood niet zo heel veel overblijft. Alle vlees is vergankelijk, van de geliefde rest slechts ee…Lees verder
Sinds zijn debuut 'Stofzuigergedichten' uit 1973 manifesteert deze dichter (1953) zich ook in proza, autobiografisch werk, toneel, columns en essays. In deze tiende dichtbundel (de zesde bij de Arbeiderspers) zijn diens verhalende en lyrische eigenschappen verstrengeld, net als de twee opgegraven skeletten in het omslagontwerp van Marjo Starink. De vier afdelingtitels (Extra time - Artiesten, meneer - Plaats en tijd - Sprekend vlees) zijn sluitstenen op de thema's: de dood - het magisch oproer van het gedicht jegens zijn maker of tegen geleerde taal, tot aan de poëziehaat des dichters zelve - locaties van inspiratie (Watou, Deerlijk, Hasselt, Hoevenzavel) - en, ten slotte: 'beest en geest', over het geleefde en gedroomde 'lekkers'. Puntig, speels en levenswijs verwoord, veelal doortrokken van vergankelijkheidbesef, ofschoon aards, sensueel, met steeds een floers van directe of verfijnde humor, altijd op montere toon gebracht. Hij dicht net zo lief een oratio pro als contra de heldenda…Lees verder

Over Luuk Gruwez

CC BY-SA 4.0 - Foto van/door Vera de Kok

Luuk Gruwez (Kortrijk, 9 augustus 1953) is een Vlaams dichter, prozaïst en essayist.

Hij volgde het middelbaar onderwijs in het Damiaancollege en Germaanse filologie aan de KULAK, telkens te Kortrijk. Hij wordt licentiaat in de Germaanse talen aan de K.U.Leuven.

In 1976 verruilt hij het West-Vlaamse Kortrijk voor Hasselt. Daar verdient hij als leraar de kost tot aan zijn loopbaanonderbreking in 1995 naar aanleiding van het verwerven van een schrijversbeurs.

Hij is nu als fulltime-schrijver werkzaam met dichtbundels en proza en daarnaast columns, eerst wekelijks in De Standaard, vanaf 2001 tot 2003 maandelijks in De Morgen.

Gruwez' werk wordt weleens tot de neoromantiek gerekend, een stroming die als reactie op het nieuw-realisme van de jaren 60 weer aandacht opeiste voor de grote gevoelens omtrent leven, liefde, ziekte, vergankelijkheid en dood. Bij Luuk Gruwez gaat deze vorm van romantiek altijd gepaard met een flinke portie (zelf)ironie. …Lees verder op Wikipedia